Integratie uitstapje naar het Provinciehuis van Noord-Brabant

Facebooktwitterlinkedinmail

Weven
Het bezoek van ‘oude’ en ‘nieuwe’ Bredanaars aan het Provinciehuis Noord-Brabant, vanuit het Mondiaal Centrum Breda, op 6 maart 2020
Verslag door Anton Overboom

‘Oh, alstublieft, niet aanraken!”

Nieuwsgierige vingers trekken zich terug, nadat mevouw ‘De Gids’ dit vriendelijke doch dringende verzoek heeft gedaan. Natuurlijk willen vingers aanraken, dat is deel van hun aard – maar nu even niet doen!
Het wandkleed waarvoor wij staan is gróóóót (zo’n 2,5 meter bij 4 meter, schat ik); maar het is kwetsbaar. Overigens, die ‘wij’ voor dat wandkleed, dat is een groepje, bestaande uit mensen geboren in Koerdistan, Syrië, Eritrea, Nederland (tegenwoordig allen Bredanaar/Brabander): deze ‘wij’ is dus een ‘lappendeken’, die op bezoek is in het provinciehuis van Noord-Brabant.

Mevrouw ‘De Gids’ vertelt. Hierbij gebruikt ze haar vingers niet om aan te raken maar alleen om aan te wijzen: “Het wandkleed heet ‘Hieronymus Bosch’. Waarom de kunstenares het zo genoemd heeft? – geen idee! Want niets verwijst naar de schilderijen van Jeroen Bosch.” De schilderijen van Bosch zijn bonte voorstellingen met bizarre figuren in vervreemdende omstandigheden; dit wandkleed toont niet dergelijke voorstellingen, maar straalt rust, eenvoud en overzichtelijkheid uit. Ook al is Jeroen Bosch er beslist niet direct in te herkennen, het is, op zich, gewoon: mooi!

“In het provinciehuis,” gaat mevrouw ‘De Gids’ door, “zijn alle wandkleden geweven, dit kleed echter is geborduurd. Het bestaat uit miljoenen draadjes, en de kunstenares heeft er dan ook 2 ½ jaar over gedaan om het te maken.” Van het wandkleed lopen we door naar de lift, die ons van 1-hoog naar 22-hoog zal brengen. Nadat we boven zijn uitgestapt, lopen we via de trap naar 23-hoog. En daar ontrolt zich een tapijt, zó groot dat we de randen ervan niet kunnen zien, laat staan aanraken: de provincie Noord-Brabant. 2 ½ Miljoen ‘draadjes’ vormen dit tapijt; en wij, die staan te kijken, zijn 13 ‘draadjes’ uit die grote hoeveelheid. In die richting ligt Oss, en daar Eindhoven; ‘ons’ Breda is ergens in het zuid-westen. Al deze plaatsen zijn niet te zien, maar we genieten van het uitzicht en overzicht op deze hoogte, we genieten van wat we wèl zien: de stad van Jeroen Bosch, met daarin, de duidelijk boven de stad uitstekende, Sint-Jans-kathedraal.

We dalen af naar een ander ‘niet aanraken’, in het andere uiterste van het provinciehuis. Onderin het gebouw bevindt zich namelijk een overblijfsel uit de tijd van de koude oorlog: de atoomschuilkelder. Als we de kelder ingaan, passeren we, als eerste, de ‘decontaminatie’- (= ‘ontsmettings-’)douches. In geval van een atoomoorlog, dienen de douches om radioactief stof af te spoelen van degenen die de kelder binnenkomen, en zo moet verdere aanraking en verspreiding van radioactief stof voorkomen worden. Er zijn luiken waarin de gedragen en radioactief-besmette kleding weg gedaan kan worden.

De kelder is het centrum, waar men uitzicht en overzicht over de provincie heeft – ook al ligt dit centrum onder de grond; het is de plek vanwaaruit de zorg voor de burgers geregeld zou worden in atoomoorlog-situatie. We lopen door de verschillende ruimtes: de kantine, telecommunicatie-kantoor, het coördinatie-centrum met overzichtskaarten, de slaapvertrekken – de koude oorlog is voorbij, het restant van die tijd, al deze, gelukkig nooit-gebruikte, ruimtes – zijn koud.

We keren terug naar de begane grond, naar het heden. Ook op de ‘begane grond van dit heden’ is het wat aanraken betreft: ‘Voorzichtigheid geboden!’ Er waart een virus rond over de wereld, en ook hier, in onze direct omgeving: op meerdere plaatsen en duidelijk in het zicht zijn ontsmettingsflessen, met doeken erbij, neergezet. We lopen door de hal en nemen plaats om te gaan luisteren naar het verhaal over het ‘heden’, over het sturen en besturen van het Brabantse ‘heden’, vanuit het Provinciehuis door de Provinciale Staten.
2 ½ Miljoen Brabanders zijn met elkaar verweven. Deze 2 ½ miljoen ‘draden’ krijgen geregeld de gelegenheid om, uit hun midden, 55 ‘draden’ te kiezen. Het zijn deze 55 ‘draden’, die de Provinciale Staten’ vormen, ze vertegenwoordigen al die andere draden uit het ‘tapijt Noord-Brabant’. Deze afspiegeling van 55 vormt een bont en kleurrijk tapijt van meningen en standpunten; deze democratisch gekozen 55 zetten de lijnen uit, hoe het ‘tapijt Noord-Brabant’ groeit en zich ontwikkelt.

Het ‘tapijt Noord-Brabant’. En er is het ‘tapijt Breda’, een groeiend en zich ontwikkelend tapijt van ‘oude’ Bredanaars en ‘nieuwe’ Bredanaars. Allen verweven met elkaar.
Jeroen Bosch werkte met geduld bij het schilderen van zijn taferelen. In dat geduld ligt de verwantschap tussen Jeroen Bosch en het gróóóóte wandkleed, dat zijn naam draagt: met onuitputtelijk geduld heeft de kunstenares de miljoenen draden geborduurd tot één groot kleed.
Voor schilderen, weven of borduren, èn voor het samenleven hebben we nodig: dit eindeloze geduld waarmee de kunstenares het wandkleed ‘Hieronymus Bosch’ heeft vervaardigd – en daar kwam iets moois uit, hoor!
En aanraken? Dat moet óók om iets tot stand te brengen, om iets – en vooral ook mensen! – samen te brengen.
‘Gelieve aan te raken!’
Gewoon doen, zoals moeder en dochter, tijdens de rondleiding deden: de arm om de schouder geslagen – met elkaar verweven…

Print Friendly, PDF & Email