Integreren via de Efteling

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail
Samen voor de poorten van de Efteling

Verslag van Maatjesproject (Mondiaal Centrum Breda), Efteling-uitstap 17 juni 2019.

‘Ga daar maar staan, onder de boom. Wat dichter bij elkaar… ja… beetje meer nog… oké, gaat-ie!”

En daar staan we, ‘nieuwe’ en ‘oude’ Bredanaars, onder de boom – én dan staan we nu ook: op de foto! Deze eerste groepsfoto wordt gemaakt bij vertrek vanaf het MCB; bij aankomst in de Efteling gaan we ook op de foto. Want op deze twee momenten zijn we als groep bijeen. Binnen de poort van de Efteling waaieren we uiteen in kleine groepen en dwalen van de ene naar de andere attractie. De zon is trouwens ook meegereisd en houdt ons de hele dag gezelschap, ter verhoging van de feestvreugde.

Mustafa en Ahmad – twee vaders -, hun dochters, Sidra, Manar, Hala, Djenna, Rama, Maram, Jasmina, en ik (Anton) laten ons rustig voeren door de Arabische wereld van de Fata Morgana. De boot beweegt langzaam, het water staat stil.
Maar dan daarna het vlot! Dat slingert en danst driftig op en neer, tolt in het woeste water van de Piranha. De ‘pechvogel’ in het vlot wordt drijfnat; maar hij of zij wist dat dit kon gebeuren en de natte ‘pechvogel’ moet ermee lachen.

Samen uit, samen thuis. Alleen, binnen de Efteling moeten we soms wel even apart. Ook onze kleine groep wordt af en toe gesplitst. Niet iedereen mag namelijk in elke attractie. De ‘Baron 1898’ stelt een mijntoren en mijntunnel voor – en is zeer heftig! Vanaf de mijntoren duik je loodrecht omlaag, schiet de tunnel in en maakt meteen een zwieper naar rechts, naar links, een pirourette, een buiteling… Djenna, Rama, Maram en Jasmina zijn te klein en mogen tot hun verdriet niet mee; Ahmad blijft bij hen achter. Mustafa, Sidra, Manar, Hala (zij is net groot genoeg: 1.32 m) en ik storten ons vanaf de hoge toren in de mijn.

Verderop in de BOB mag iedereen weer mee. In de Piranha trouwens ook, dus die doen we later op de dag nog voor een tweede keer: gezellig met ons allen nat worden!
In de Vliegende Hollander worden ook weer alleen de grootsten toegelaten.
We dwalen en zwerven door de Efteling. “Mogen we daarin?!” “Gaan we daarheen?!”
Waar zijn we nu en hoe komen we ‘daar’? Om dat te weten te komen pakken we de plattegrond er bij – plattegronden, moet ik zeggen, want de jonge dames willen zelf op de plattegrond zien, waar we zijn, waar we heen willen en hoe we daar naartoe moeten lopen. Ze lezen en begrijpen de plattegrond goed en vinden dan ook gemakkelijk de BOB, het Spookslot, de Pagode enzovoort.

De Efteling = attracties. Én de Efteling = wachten. Wachten doe je al schuifelend tussen de afzettingen door. Zo verstrijkt de wachttijd sneller. Wat je óók kunt doen om de tijd te vullen is: turnen – turnen terwijl je wacht. De afzettingen fungeren als turntoestellen: (halve) brug of rekstok of balk. Djenna en Jasmina draaien om de ‘rekstok’/‘brug’; Jasmina maakt een volledige split op een ‘balk’. Behalve turnen wordt er ook gedanst; de meisjes zingen, springen, klappen tegen elkaars handen en… stop!
“Weet je wat voor dans dat was?” vraagt Hala aan mij.
Nee, zeg ik.
Hala: “Dat is de pas à pas.”
Oh, aha!

De jeugd waardeert de Efteling, maar ook de jus d’orange uit het pakje, de chips uit het zakje en de Luikse wafels, die uit de tassen van Ahmad en Mustafa, de vaders, te voorschijn komen.
De jeugd vindt één ding niet zo leuk, namelijk dat het tijd is om naar huis te gaan. We verzamelen ons bij de uitgang. De plattegronden hebben goed dienst gedaan. En doen trouwens nog steeds dienst: nu er geen ‘rekstokken’, ‘bruggen’ of ‘balken’ in de buurt zijn, vermaken de jonge dames zich met de plattegronden: openvouwen – dichtvouwen – openvouwen…
De jongste, Jasmina, moet ik helpen bij dit spel: “Kijk, dat gaat zo… zo… zo…” zeg ik – Jasmina doet me na en zegt me daarbij intussen ook na: “Zo… zo…” En weer dichtvouwen…
De bus vertrekt.
De plattegrond is dicht. Die vouwen we thuis wel weer open om nog eens na te genieten.

door: Anton Overboom

Print Friendly, PDF & Email